Mijn lichaam is ongelooflijk mooi

Mijn lichaam is zo ongelooflijk mooi.
Jammer dat ik dit niet al jaren geleden heb kunnen zien.

“Mijn lichaam heeft mij nooit in de steek gelaten.
Ik heb heel vaak mijn lichaam in de steek gelaten.”

Ik liet het in de steek op momenten…

  • toen ik het vervloekte omdat het ziek was.
  • toen het niet functioneerde zoals ik wilde.
  • toen ik vond dat het lelijk was.
  • toen ik baalde dat het ouder werd.
  • toen het moe werd terwijl ik nog wilde knallen.

Mondjesmaat kreeg het liefdevolle aandacht, want dat vond ik belachelijk en overbodig. Mijn lichaam hoorde het gewoon te doen. Klaar.

Geen gezeur. En dat was nou precies wat het deed. Het zeurde. Het was het niet eens met mijn harde aanpak. Zeurende pijn hier, zeurende pijn daar. Ziektes, blessures, gedoe in al zijn facetten. Bovenop als toetje het nog meer zeurende laagje van onderdrukte emoties: verdriet, oude pijn, woede, angsten, ga zo maar door. Een sudderende, pruttelende pot.

Mijn lichaam voldeed ook niet aan het ideaalbeeld (wat dat ook mocht zijn).

‘In de sauna verbaasde ik me soms dat mensen er ‘zo gewoon’ uitzagen.’

Helemaal niet zoals in de tijdschriften, maar als gewone mensen.

‘Mijn lichaam is zo ongelooflijk mooi.’
Heb je dit ooit iemand horen zeggen zonder arrogantie, maar gewoon vanuit diepe dankbaarheid?

Ik en mijn lichaam zijn net zoiets als een huwelijk. Maar dan echt levenslang. Vanaf het begin tot het einde: ‘Totdat de dood ons scheidt. In goede en in slechte tijden.’

Dus juist ook in mijn hele slechte tijden van heel veel verdriet, pijn en ziektes is het een kunst om mijn lichaam heel respectvol te behandelen.
Ik schaam me niet om te zeggen dat ik mijn lichaam ongelooflijk mooi vind. Ik schaam mij er eerder voor dat ik dit nog niet eerder heb gezien. En daarmee bedoel ik niet alleen de buitenkant, maar ook de binnenkant. Elke cel, spier, zenuw, orgaan, etc. dat zo complex 24/7 werkt en met elkaar in verbinding staat.

Omdat ik mijn lichaam steeds minder in de steek laat, laat ik ook mezelf steeds minder in de steek. Dat lukt niet altijd, want ik ben een mens en geen heilig boontje. Maar mijn intenties zijn goed. Soms komt er gefrustreerd, ondankbaar gemok in mij omhoog borrelen. Ik heb dan het lef om goed te kijken wat er nou echt aan de hand is. Ik wil geen gezeur meer.

Mijn lichaam is mijn tempel. Een huis dat ik vol eerbied hoor te benaderen en dat me mijn hele leven lang begeleidt.

Ik zorg goed voor mijn lichaam.
Ik koester mijn lichaam.
Ik luister naar mijn lichaam.

 

Dit vraagt om tijd en aandacht, net als in een goed huwelijk.
Maar ik wil graag dat er voor mij geldt:

  1. “…en ze leefden nog lang en gelukkig…”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *